Preek en Artikelen Legioen Kleine Zielen

“Ik verlang Barmhartigheid”

door proost pastoor J.M. Burger

Aan het begin van de Boodschap van de Barmhartige liefde, horen we:

Jezus: “Mijn Barmhartigheid hunkert ernaar zich mee te delen. (…) Mijn Barmhartigheid breekt in u door. Meer dan anderen, mijn arm klein kind, had ge Mijn Barmhartigheid nodig. Geloof in Mijn liefde. Twijfel nooit aan Mij”.

Jezus hunkert, verlangt zijn Barmhartigheid ons mee te delen. Hij verlangt ook van ons Barmhartigheid.

De tweede encycliek die paus Johannes Paulus II schreef ging geheel over de Goddelijke Barmhartigheid. Omdat hij het een heel belangrijk thema vond, dat het volk Gods moest weten, in 1979-1980. En in dit schrijven zegt hij iets heel dramatisch:

“Barmhartigheid vormt de fundamentele inhoud van de Messiaanse boodschap van Christus en de bepalende kracht van Zijn zending”

Wat denken de Joden uit de tijd van Jezus? Velen hadden verschillende ideeën hoe de Messias zou zijn en wat Hij zou gaan doen (waarvoor Hij gekomen was). Sommigen hadden een meer militaristische voorstelling van de Messias die moest komen en die de Joden zou bevrijden van de bezetter, het Romeinse rijk. Dat was één element. Meer Joden dachten aan een Messias als een nieuwe Mozes, die een nieuwe Exodus zou beginnen en mensen zou redden, zoals God had gedaan in de tijd van Mozes en de farao van Egypte. Maar hier zegt paus Johannes Paulus II, dat de fundamentele inhoud van Jezus’ messiaanse boodschap Barmhartigheid is. Een barmhartige Messias! Dit is iets radicaal belangrijks om te begrijpen! Het is zo belangrijk en waar, dat als je de Barmhartigheid niet begrijpt, je Christus niet begrijpt. Als je niet weet waar Barmhartigheid over gaat, dan weet je niet wie Jezus is! Dan weet je niet wat Hij zegt en wat Hij aan het doen is.

We zijn een nieuw kerkelijk jaar binnen gegaan en lezen het gehele jaar op de zondagen uit het Evangelie van Lucas. Het is een zeer mooi Evangelie, het heeft van Maria het meest… Johannes Paulus II zegt dat het Evangelie van Lucas het Evangelie van Barmhartigheid is. In dit Evangelie komt de boodschap van Barmhartigheid van Jezus het meest duidelijk aan het licht.

In dit licht mogen we ook de Boodschap van de Barmhartige Liefde zien — zij geeft het hart aan van Jezus’ komen, zending en Boodschap. Dat we door de Boodschap van de Barmhartige Liefde ook beter Jezus gaan begrijpen, Zijn Evangelie beter gaan begrijpen en verstaan. Dat we door de Boodschap van de Barmhartige Liefde ook beter gaan weten wie Jezus is, en voor ons wil zijn, Kleine Zielen. Het zou dit komende jaar goed zijn om, als u het al niet dagelijks doet, in ieder geval op de zondagen telkens een tekst uit de Boodschap van Barmhartige liefde te lezen en tot u te nemen. En we er samen een soort van jaar van Goddelijke Barmhartigheid van maken.

Zoals het evangelie van Mattheüs de Bergrede kent, zo kent het evangelie van Lucas de veldrede. Daarin zegt Jezus: “Weest barmhartig, zoals Uw Vader Barmhartig is”. Voorafgaand heeft Jezus gezegd dat je je vijanden moet liefhebben. Alles wat Jezus zegt is in de context van het liefhebben van je vijanden. Dit is één van Jezus’ eerste radicale lessen, Jezus’ eerste radicaal onderricht. Zijn radicale boodschap. Het Oude Testament zegt heel duidelijk; bemin je naaste. En dát is al moeilijk genoeg! Maar je vijanden liefhebben?? Dát is gewoon dwaas!! lemand vervloekt je, wat moet jij dan doen; deze persoon zegenen!? Ja! Wil je kind van God zijn, dan moet je doen als de Vader. En de hemelse Vader is goed voor de ondankbaren en slechten. “Weest barmhartig, zoals de Vader barmhartig is”. Mattheüs in de Bergrede zegt het net iets anders: “Wees volmaakt, zoals Uw Vader in de hemel volmaakt is”. Dús, met andere woorden; de volmaakte liefde bestaat in de barmhartige Liefde. De volmaaktheid bestaat in het barmhartig zijn. Zó leert Jezus ons. Daaraan voegt Hij toe: “Oordeelt niet, opdat ge niet geoordeeld wordt’. Met andere woorden; wij moeten niet voor God gaan spelen. Aan Hem is het oordeel. Nu moet wel gezegd worden dat dit woord van Jezus veel misbruikt wordt door de huidige wereld, alsof Jezus alles wel goed vindt. Maar dát zegt Jezus niet. Als de wereld vol zonde dit vers graag wil horen, dan is, diep, diep in hen, dat zij verlangen naar een Barmhartige God, zij weten dat zij Barmhartigheid nodig hebben. Wij moeten dit vers “Oordeelt niet” gebruiken om deze te wereld te onderrichten in déze Jezus, die op hen wacht in Barmhartigheid. God kent Barmhartigheid, God ís Barmhartige Liefde.

Dát ademt ook heel de Boodschap van Barmhartige Liefde uit.

Lucas spreekt ook in een aantal parabels heel duidelijk over de Goddelijke Barmhartigheid, zoals die van het zoeken naar het verloren schaap, naar de verloren drachme en naar de verloren zoon. Welke herder laat 99 schapen achter om één verloren schaap te zoeken. Dat doet geen één. Dat is dwaas, zo is onze reactie daarop. Maar zó is God! Zó dwaas, zo ver gaat Hij in de Barmhartige Liefde: Hij zoekt dat ene verloren schaap! En welke vrouw gaat als ze een drachme (een geldstuk), dat ze kwijt was, gevonden heeft, een groot feest geven? Niemand! Dan ben je nog meer geld kwijt dan dat die ene drachme waard was. Dat is dwaas! Maar zó is God. Zó dwaas dat Hij vol vreugde is, dat de hemel vol vreugde is, over één zondaar die zich bekeert. En de parabel van de verloren zoon is heel mooi; de vader komt niet aanlopen om zijn verloren zoon een oorvijg te geven, hij rent naar buiten om die te gaan omhelzen! Zó is God, zó is de Goddelijke Barmhartigheid! In de familie van God is geen plaats voor boosheid en bitterheid, hoogmoed en trots. Want Gods familie is een familie, een gezin van liefde, dat zich toont in barmhartigheid.

Als wij het Evangelie met mensen delen, plaatsen wij dan de barmhartige liefde in het centrum van die Boodschap! Je zult zien dat er wonderen gebeuren.

Ik wens U een zalig Kerstfeest toe en een zalig nieuw jaar, vol van genade, vol van deze Barmhartige liefde!

De vertrouwelijke omgang met God

De vertrouwelijke omgang met God

Door R. Jaouen C.M.

De grootsheid van God is verbijsterend en doet ons duizelen. Eén enkele blik op het oneindig grote heelal enerzijds en op het allerkleinste schepseltje anderzijds is voldoende om ons hiervan te overtuigen. Wij zijn, tot in de kleinste vezel van ons lichaam, volledig afhankelijk van Gods almachtige Goedheid. Als Hij ons naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, in de mogelijkheid Hem te kennen en te beminnen, dan is dat om ons in staat te stellen een relatie met Hem aan te gaan. Meer nog; om een vertrouwelijke relatie met Hem aan te gaan.

Onze hoedanigheid van eenvoudig schepsel geeft ons geen enkel recht op deze vertrouwelijke omgang. Hiervoor was een bijzondere roeping nodig; die waarmee God de Vader ons heeft begunstigd in Jezus Christus en waarmee Hij ons voorbestemde om gelijkvormig aan Hem te zijn en om in ons Zijn volmaakte beeld te dragen.

Dit grootse plan werd gedwarsboomd door de zonde, maar mislukte niet volledig. De Verlossing door het bloed van Christus heeft ons al onze rechten teruggegeven, onze rijkdommen van genade, die door de fout van Adam en onze persoonlijke fouten verspeeld waren. Tegenwoordig kunnen we niet alleen leven van het leven van God, maar met God, voor zijn Liefde en zijn Glorie. Dit brengt de Heilige apostel Johannes ertoe te zeggen: (1 Joh. 1,3) “En onze gemeenschap is er één met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon.” In de eenheid van de Geest die hen met elkaar verbindt en onszelf verbindt met hun goddelijke Personen.

1.Fundamentele waarheid: elke ziel wordt geroepen tot vertrouwelijke omgang met God.

Het is geen voorrecht dat voorbehouden is aan de grote mystieken. Elke gedoopte wordt ertoe geroepen vanaf het moment dat de Drievuldigheid in hem woont. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont?” (1 Kor. 3,16). En dit ander vers van St. Paulus: “Gij weet het, uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest die in u woont, die gij van God hebt ontvangen. Gij zijt niet van uzelf.” (1 Kor. 6,19).

Laat ons eveneens het mooie vers uit het vierde Evangelie niet vergeten: “Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn Woord onderhouden”, zegt Jezus, “mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.”

Er kan dus geen sprake van zijn God ergens in de stratosfeer te gaan zoeken of achter de melkwegstelsels, aangezien Hij, in zijn oneindige minzaamheid, zich verwaardigt in ons te wonen. Hij past zich aan ons aan en stelt zichzelf binnen ons bereik, dichter dan een moeder bij haar kind kan komen. Dit verblijf is voor ieder van ons een eer en een uitzonderlijke weldaad. Dat een zo grote God zich zo klein en nederig maakt om in ons zijn genoegen te vinden, is een verbluffend wonder dat ons kan vervullen met vurige dankbaarheid. Er geen aandacht aan schenken en doen alsof we er niets van merken, zou een belediging zijn voor God en zijn Liefde.

Wanneer men een belangrijke persoonlijkheid ontvangt, laat men die dan alleen achter in een hoekje van zijn salon, zonder zich om hem te bekommeren? Wat Hij wil, is dat we ingaan op zijn voorstel, dat we met Hem spreken, aangezien Hij zich over ons ontfermt en op de meest toegewijde manier voor ons zorgt door zijn Voorzienigheid, waaraan geen enkel detail van ons leven ontsnapt. Zuster Elisabeth van de H. Drie-eenheid was hierover, terecht, zodanig verwonderd, dat zij deze geloofswaarheid beschouwde als de grondslag van haar geestelijk leven.

Mensen worden bedolven onder duizend en één aardse zorgen, onder een massa nutteloze bezigheden. Zo erg zelfs, dat zij de Heer helemaal vergeten, die hen nochtans uitnodigt om met Hem een liefdesrelatie aan te gaan.

Niet in God geloven en Hem volledig uit zijn leven bannen betekent voor de mens dat hij zichzelf al op voorhand voorbestemt om door Hem verworpen te worden op de laatste dag. Maar in Hem geloven en zijn leven zo inrichten dat Hij slechts op de tweede plaats komt, is God de eer ontnemen die Hij van ieder van ons verwacht en zichzelf beroven van de immense weldaad van een leven dat ten volle gedeeld wordt met God, bron van een onuitsprekelijk geluk.

Aangezien Hij normaal gezien in iedere gedoopte woont, wordt iedere christen die over zijn volle verstand beschikt, opgeroepen tot een echte vertrouwensrelatie, ongeacht zijn leeftijd, temperament, verstand en sociale situatie.

2.Voorwaarden

Leven met God vereist een voorbereiding, die overigens binnen ieders bereik ligt.

2.1. Een eerste voorwaarde waaraan moet worden voldaan, is dat de mens in staat van genade moet zijn, en dus, zoals wij allen weten, vrij van doodzonden. Men moet dus het goddelijk leven bezitten en God moet werkelijk in ons wonen door zijn Genade. Dat is de eerste zorg die elke christen aan zijn ziel moet geven, opdat hij niet uitgesloten zou worden van de goddelijke vriendschap die zo noodzakelijk is voor zijn heil.

Maar vanaf het moment dat God aanwezig is, in het diepst van onszelf, maakt Hij zich volledig toegankelijk. Het is dan ook gemakkelijk om Hem rechtstreeks te bereiken dankzij deze deugden van onschatbare waarde, namelijk het geloof, de hoop en de liefde, waarvan God zelf het voorwerp is. Ik zou zelfs durven zeggen dat het gemakkelijker is Hem te vinden, dan eender welk menselijk wezen, omdat Hij ons beter begrijpt dan wie ook. Het is dus door middel van onze goddelijke deugden, dat onze vertrouwelijke omgang met God werkelijkheid wordt en zich verder kan ontwikkelen.

We merken hierbij op dat deze vereniging met God niet door onze verbeelding en onze gevoeligheid bereikt kan worden: “Laten we ervan houden, niets te voelen”, zei de Heilige Teresia van het Kind Jezus. Want hier bevinden we ons op het vlak van het zuivere geloof. We moeten dan ook niet ongerust worden, wanneer we in dit verband geen enkel voelbaar genot ervaren. God verleent dit immers of niet, zonder dat wij hieraan ook maar iets kunnen veranderen.

2.2. Andere noodzakelijke voorwaarde: ascese

Om vertrouwelijk met God te kunnen leven, moet aan een noodzakelijke voorwaarde voldaan worden als wij tenminste niet op een mislukking willen uitdraaien. Deze is; vrede brengen in onze ziel door een edelmoedige strijd tegen onze verterende hartstochten, tegen de zonde in al haar vormen, zelfs tegen de dagelijkse zonde. De gewoonte van de dagelijkse zonde die niet bestreden wordt, vormt een grote belemmering voor onze vereniging met God.

Zolang wij dit stadium nog niet bereikt hebben, zal het moeilijk, zelfs onmogelijk zijn, om met God te leven, “om onze schreden naar Hem te richten”, zoals God tegen Abraham zei (Gen. 17,1).

Wij moeten ons dus bevrijden van al onze boeien; een bevrijding die het gelukkige resultaat is van een systematische ascese, van de christelijke versterving die door alle heiligen wordt aanbevolen. De onthechting wordt door Jezus in het Evangelie voorgesteld en is absoluut noodzakelijk voor ons, wanneer wij willen leven met Hem. Hij, die helemaal volmaakt is en die niet zou kunnen aanvaarden dat wij de nietigheid van het geschapene zouden verkiezen boven Hem. “Vrede in de ziel is noodzakelijk voor de vertrouwelijke omgang met God, is de vrucht van ontelbare offers”, lezen we in de Boodschap, waarvan de leer helemaal in de lijn ligt van het Evangelie en van de Kerk. Zij effent het terrein op de weg naar de heiligheid, door ons te leiden via de snelle en zekere weg van de geestelijke kindsheid. Hierdoor krijgt de ziel, die in vrede leeft, de mogelijkheid om met God te leven en zich in te wijden in de kunst van het gewoon vertrouwelijk gesprek met Hem, in “een verbluffend spontane omgang met Hem” (Navolging).

3. De praktijk van de vertrouwelijke omgang met God

Wanneer we aan deze voorwaarden voldoen, wordt het fantastische ideaal van ieder Godskind dat in het trinitaire leven is binnengeleid, eigenlijk gemakkelijk te realiseren. Het ligt binnen bereik van iedere christen, dus zeker van alle Kleine Zielen, die soms ten onrechte de moeilijkheid ervan overdrijven en er als een berg tegen opzien. Welnu, het is zeer eenvoudig. Waarom? Omdat God zelf oneindig eenvoudig is en binnen het bereik van zijn allerkleinste kinderen wil zijn. Deze laatsten begrijpen dit trouwens instinctmatig, terwijl hoogmoedige mensen zich eerder uitsluiten van de vertrouwelijke omgang onder voorwendsel van ‘manhaftige godsvrucht’ of ‘geestelijke rijpheid’, waarvan ze een verkeerde voorstelling hebben en die ook niet eigen is aan het Evangelie: “Als gij niet wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen niet binnentreden.”

3.1. Het gebed

Het gebed is het beste middel om te komen tot een kinderlijke relatie met God. Ik bedoel hiermee het eenvoudige gebed, zonder ingewikkelde formuleringen. Laten we Teresia van Kind Jezus als gids nemen op dit terrein. Zij leed onder de dorheid van haar gebed. Wat deed zij om dit te verhelpen? Zij bad langzaam het ‘Onze Vader’ en haar hart werd geraakt door de gedachte aan de hemelse Vader en zijn oneindig grote Liefde.

Het eenvoudigste gebed, dat langzaam wordt opgezegd, werkelijk ingetogen, met geloof, nederigheid en vertrouwen, brengt ons in een direct contact met God, die zo groot en goed is, die in ons verblijft en wier Liefde nooit inslaapt. Wat we zeker moeten vermijden, is het mechanisch, routinematig opzeggen van formulegebeden, hoe mooi ze ook zijn. Ik veroordeel formulegebeden niet. Men mag ze gebruiken, als ze van nut zijn, maar met mate.

3.2. Door dagelijks goed te bidden, komen wij tot het echt ‘inwendig gebed’, wat Teresia van Avila noemt: een ‘gesprek van hart tot hart met God, door wie wij ons bemind weten’. Hierbij moeten wij geen formulegebeden gebruiken, maar het volstaat eenvoudigweg tot God te spreken. Hem eerst en vooral eren door te spreken over Zichzelf en over zijn volmaaktheid. Hem vervolgens danken voor zijn weldaden en vergiffenis vragen voor onze fouten. Hem vertellen over hen die wij beminnen, over de Kerk en haar vele noden, over onszelf en alles wat ons bezighoudt: onze plannen, onze tegenslagen, onze successen zelfs. Waarom zouden we het bondig houden, wanneer we Hem zoveel te vertellen hebben?

En zo komen we uiteindelijk tot het veelvuldige en spontane gesprek met God, tot ‘babbelen met God’, zoals een bekende scout, Guy de Larigaudie, het noemde. Ik zou zelfs durven zeggen dat men moet streven naar een ‘liefdesgesprek met Jezus’, omdat niemand kan beminnen zoals Hij ons bemint.

3.3. Eenmaal in dit stadium beland is elke christen in feite een mens van inwendig gebed die zich, bij alles wat hem overkomt, tot God richt en zo permanent met Hem in contact staat. Om dit contact tot iets vanzelfsprekend te maken, volstaat het om te midden van onze dagdagelijkse bezigheden, een blik vol geloof en liefde te werpen op de H. Drie-eenheid, of op Jezus die in ons aanwezig is, of naar Hem te glimlachen, zelfs wanneer het ons niet goed gaat. Dan zal de ziel niets anders verlangen dan haar wil gelijkvormig te maken aan die van God tot in de kleinste details van haar bestaan, in het beoefenen van de totale overgave aan de Voorzienigheid.

Het is heel belangrijk dat wij naar God kunnen kijken in het diepst van onszelf, daar waar wij Hem gemakkelijk kunnen ontmoeten in de nacht van ons geloof, of waar we vreedzaam kunnen genieten van zijn aanwezigheid. Want als God in ons aanwezig is, dan is dat juist opdat wij van Hem zouden genieten. Dit spruit voort uit een gezonde theologie, en niet uit een kinderachtige of ziekelijke sentimentaliteit (*).

En dit is het dan ook waartoe alle bladzijden van de “Boodschap van het Hart van Jezus aan de Kleine Zielen” ons toe uitnodigen.

Leden van het Legioen, laat ons maximaal profiteren van dit voortreffelijke manna, dat onze vertrouwelijke omgang met de Heer kan voeden, waardoor we steeds meer in Zijn handen komen, totdat Zijn wilsbeschikkingen met betrekking tot ons voltooid zijn, tot Zijn meerdere eer en ons groter geluk.

(*) Wij zijn er allereerst voor God. God is het doel van al het geschapene. Hij nodigt ons uit tot wederliefde. Naarmate wij Hem meer verlangen te beminnen, zal Hij die ons liefheeft ons zijn liefde laten ervaren. “Wij zijn geroepen als Zijn ‘kinderen’, tot gemeenschap met God en om deel te hebben aan Gods eigen zaligheid.” – Katholieke Katechismus van A. Schraner.

Uit; R. Jaouen C.M., De gedachten van Jezus’ Hart, Uitreksels uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen, 1987, blz. 118-121.

Informatie op de websites:

‘Legioen Kleine Zielen Nederland’: https://hetlegioenkleinezielen.com

‘Blog Marquerite’: https://legioenkleinezielen.com

Wie niet wordt als een kind

Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus

67080930_2119685718324486_2812427186231836672_nWie niet wordt als een kind

Door Frank Arits

Deze zin klinkt ons bekend in de oren. Het is een van de vele zinnen die Jezus gesproken heeft en die neergeschreven werden in het Nieuwe Testament. “Wie niet wordt als een kind, kan het Rijk der Hemelen niet binnen!” luidt de volledige zin. Hij geeft ons zeker te denken. Daarom willen we er wat tijd aan besteden en er eens rustig over mediteren.

Het woord ‘kind’ valt ons al meteen op en is hier beslist een kernwoord. Een kind is een mens van nog jonge leeftijd. Bepaalde lichamelijke en geestelijke aspecten moeten zich nog voltrekken en ontplooien. Desondanks is een kind toch al volledig mens, in het klein weliswaar. Enerzijds heeft het een lichaam met gevoelens, intellectuele capaciteiten en psychische rijpheid, alles aangepast aan zijn eigen niveau. Anderzijds bezit het ook een grote ontvankelijkheid en onbevangenheid. Wanneer Jezus spreekt over…

View original post 717 woorden meer