Maandelijks archief: augustus 2017

“Laat hen dan een toevlucht zoeken in de schuilplaats van het zo liefhebbend Hart van mijn Moeder”

logo-lkz

Een paar jaar geleden heeft het Legioen van Kleine Zielen stil gestaan bij de 100ste geboortedag van Marguerite.
Dit jaar wordt het 100 jarig jubileum gevierd van de verschijning van Onze Lieve Vrouw aan de drie kinderen van Fatima. Het thema van dit jubileumjaar luidt: “Mijn Onbevlekt Hart wordt uw toevlucht en zal de weg zijn die leidt naar God”. Het zijn de woorden van Onze lieve Vrouw van Fatima. Een weerklank daarvan vinden we in de Boodschap van Barmhartige Liefde:

J Bezie dit kruis en wat het heeft voortgebracht: de GEKRUISIGDE LIEFDE! … Als ze (de mensen) niet sterk genoeg zijn om de vijand die hen naar de ondergang leidt te trotseren, dat ze dan vluchten! Laat hen dan een toevlucht zoeken in de schuilplaats van MIJN GODDELIJK HART en in het zo liefhebbend HART VAN MIJN MOEDER, waar de vijand hen niet zal bereiken. Het is nog tijd… DE LIEFDE WORDT HET NIET MOE TE ROEPEN! (4 juli 1975).

In haar boodschap aan de kinderen van Fatima vraagt Maria het heilig Hart van haar Zoon te eren en haar onbevlekt Hart te vereren en zich toe te wijden aan haar onbevlekt Hart.
In de Boodschap van de Barmhartige liefde worden ook wij aangespoord samen met het heilig Hart van Jezus het onbevlekt Hart van Maria te vereren.
Dit is in zekere zin de samenvatting van geheel de boodschap, vervat ook in het logo van de Kleine Zielen. De twee harten, het hart van Jezus afgebeeld met daarin het hart van Maria: Jezus heeft het Hart van zijn Moeder in zijn Hart ingesloten!

J De liefdesboodschap aan de kleine zielen is voorbestemd om ruim verspreid te worden over de wereld. Nederige en vertrouwende kleine zielen, komt onbevreesd naar uw God toe. Vormt rondom Hem en tot meerdere eer en glorie van Hem een onoverwinnelijk leger onder de zoete en lieflijke leiding van mijn zeer beminnelijke Moeder. Houdt met uw geloof en uw liefde de vijand in bedwang. Op uw embleem, lieve kinderen, de Allerheiligste Harten van Jezus en Maria. Bekleedt u met dit heilig gewaad, dat zal u beschermen en dat u op de koninklijke weg naar de hemel geleiden tot de gelukzalige eeuwigheid met Mij (14 augustus 1966).
Ja, Maria vraagt toewijding aan het onbevlekt Hart van Maria. Opdat we door Maria nog beter toegewijd zijn aan haar Zoon.
De dag (25 augustus 1974) waarop Marguerite de schetsplan vraagt aan Jezus voor het Centrum van de Kleine Zielen is, zo zegt Marguerite, voor het Legioen een zo gedenkwaardige dag, die aan het Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria zal zijn toegewijd.

J Ja, Maria, zuiver pronkjuweel van mijn Hemel. Middelares tussen Mij en de mensen. (..) De daden van mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. Als ge beter het Hart van uw lieve Moeder kende, zoudt ge mijn liefdesgave meer op prijs stellen. Bemint haar, schenkt haar u zelf. Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. (..) Vertrouwt u aan Maria toe. (…) (3 december 1966)

En dat willen dan ook wij bijzonder in dit jubileumjaar doen: ieder persoonlijk zich schenken, toevertrouwen en toewijden aan Maria. Maar ook sámen aan haar toewijden. In ieder geval hebben we als ‘eiland’ van Berg en Terblijt en omstreken het ‘eiland’ en het gehele Legioen van Kleine Zielen aan het Onbevlekt Hart van Maria toegewijd. Ik hoop dat u dat in uw eigen ‘eiland’ ook doet met het toewijdingsgebed van dit jubileumjaar.
De devotie tot het Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria is niet zomaar een vrome devotie, het is een voedingsbron voor een apostolisch leven en apostolische ijver:

J “Kijk ook eens naar de heel eenvoudige kleine zielen, wier devotie tot mijn Hart en tot het Onbevlekt Hart van Maria zich uitdrukt in een sterk en snel zich verspreidend verlangen om mijn Rijk op aarde te verbreiden” (16 juni 1974).

Ware devotie en godsvrucht, ook die jegens de Harten van Jezus en Maria, drukt zich altijd uit in een vurig verlangen om het Rijk van Jezus in de harten van mensen te planten. Denken we aan Antonius Maria Claret, die zijn missiecongregatie heeft toegewijd aan het Onbevlekt Hart van Maria (reeds in de 19de eeuw) en van wie een beeltenis prijkt op de façade van de basiliek van Fatima. En aan Louis Grignion de Montfort en zijn volksmissie als vrucht van zijn toewijding aan Maria.
Ja, het is niet een zoetsappige devotie, maar heeft het kenmerk van apostolische ijver en van strijdbaarheid:

J “Neemt het embleem van het Legioen mee naar Paray-le-Monial. Wijdt het toe aan mijn heilig Hart en aan het Onbevlekt Hart van Maria. Daarna laat ge het vereren door de gelovigen. Onder deze standaard met het merkteken van de oneindige Barmhartigheid zult ge strijden en Ik zal u naar de zege voeren. Uw wapen is de liefde, de liefde die zich verspreidt en die heiligt: zonder de liefde geen heil. Bekeert uw hart tot mijn genade. …Mijn Hart, dat zo weinig en zo jammerlijk bemind wordt, zal zegevieren” (21 april 1974).

Jezus’ Hart zal triomferen, niet triomfalistisch, maar langs de kleine weg, de weg van het kruis, de weg van de barmhartige liefde. En de kleine ziel zal strijdbaar en vastberaden deze weg gaan. In Fatima verzekert ook Maria: “Mijn Hart zal triomferen”. De barmhartige liefde van de Harten van Jezus en Maria zullen zegevieren. Dat is in onze strijd een bemoediging en troost.
Immers:

J “Deze tijd is een beroerde tijd, een barensnood voor de Heilige Kerk. De orde der Kleine Zielen van mijn Barmhartig Hart zal de verlossing bespoedigen, maar ze zal de pijn niet verzachten. Allen vraag Ik: respect voor de heilige plaatsen, eerbied voor mijn heilige Naam, broederlijke liefde onder elkaar, verering van het Onbevlekt Hart van mijn heilige Moeder, geloof in mijn liefde en hoop op mijn bijstand. Wie zijn hoop op Mij stelt wordt nooit ontgoocheld. Komt tot uw God, gij allen die lijdt. Hij zal uw troost zijn en uw strekte in de strijd om het LEVEN” (10 februari 1974).

En dat geldt ook voor deze tijd!
Deze apostolische ijver en de strijdbaarheid, de verering van het Onbevlekt Hart van Maria dient bezield te zijn van naastenliefde:

OLV “Niemand heeft invloed op mijn Hart als hij niet geleid wordt door de geest van naastenliefde” (28 november 1970).

De zorg voor het heil van de ziel van de naaste is op zich een teken van naastenliefde, maar deze actieve zorg dient wel geheel doortrokken te zijn van liefde, ontferming, tederheid, zachtheid en goedheid. Dát beïnvloedt het Hart van Maria ten bate van ons en onze naasten, Kerk en wereld.
Zo bidt Marguerite haar gebed op de octaafdag van Maria ten hemelopneming:

M “O, Onbevlekte Moeder, red door uw machtige tussenkomst het erfdeel van uw beminde Zoon. Arme zondaars, die niet willen gered worden! Maar als gij het wilt in hun plaats, zal Gods gerechtigheid overwonnen worden. Want wie kan uw machtige invloed op zijn heilig Hart ontkennen? O Moeder, kom onze arme mensheid te hulp, die kreunt in haar dwaasheid die lijdt onder de verwoestende adem van de vijand der zielen. Moeder van de schone liefde, red ons. (…) Dan zal de Liefde in al haar luister de wereld beheersen. Smartvol en Onbevlekt Hart van Maria, red ons (…)” (22 augustus 1968, feest van het Onbevlekt Hart van Maria; bij de Communie).

Deze octaafdag is nu feestdag van Maria, hemelse Koningin. Voorheen echter was het de feestdag van het Onbevlekt Hart van Maria. Die is echter door de Kerk verplaatst naar de dag na het heilig Hartfeest om de eenheid van de Harten van Jezus en Maria in Gods heilsplan uit te drukken:
Uit alles spreekt de eenheid van de Harten van Jezus en Maria, en hoezeer Jezus deze eenheid ook benadrukt:

J “Kinderen van mijn Allerheiligst Hart, dank u omdat ge gekomen zijt. Ge hebt het Hart van mijn heilige Moeder en ook het Mijne bijzonder verheugd” (30 sept. 1973).
J “…voorwaar Ik zeg u: al wat geprobeerd wordt om mijn Goddelijk hart en het Onbevlekt Hart van Maria meer eer en glorie te verlenen, zal door Mij gezegend worden” (22 juli 1972).

En Het onbevlekt Hart gaat altijd gepaard met smarten:

J “Bedenk dat het Hart van uw Moeder op het ogenblik smartelijk beklemd is en dat er overvloedig bloed en tranen uit vloeien. Enig offer dat mijn toorn over de goddelozen bedaren kan” (21 maart 1968).

Onze toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria betekent dat we ook willen delen in haar smarten. Zo alleen kunnen we delen in haar triomf.

Jubileum Gebed voor Toewijding
Wees gegroet, gij, Moeder van de Heer,
Maagd Maria, Koningin van de Rozenkrans van Fatima!
Gezegend onder alle vrouwen,
U bent het beeld van de met het paaslicht bekleedde Kerk,
U bent de eer van ons volk,
U bent de triomf over het teken van het kwaad.

Profetie van de barmhartige liefde van de Vader,
Meesteres van de verkondiging van het Evangelie van de Zoon,
Teken van het brandend vuur van de Heilige Geest,
leer ons in dit dal van vreugden en lasten,
de eeuwige waarheden die de Vader aan de kleinen openbaart.

Toon ons de kracht van uw beschermende mantel.
Wees in uw Onbevlekt Hart,
het toevluchtsoord van de zondaars, en het pad dat leidt naar God.

Verenigd met mijn broeders en zusters,
in geloof, in hoop en in de liefde,
geef ik mezelf aan U.

Verenigd met mijn broeders en zusters, door U, wijd ik mijzelf aan de Heer,
oh Maagd van de Rozenkrans van Fatima.

Geborgen in het Licht dat uit uw handen ons bereikt,
zal ik de Heer eren in alle eeuwigheid.
Amen.
(officiële jubileum toewijdingsgebed Fatima 2017)

MARIATOEWIJDING
Lieve Maagd Maria, Moeder van de Heer en Moeder van de Kerk,
laat de Vader, Zoon en Heilige Geest en heel het Hemels Hof getuige zijn
van deze woorden die ik tot U richt:
“Zie hier Uw kind!
Wees Gij mijn Moeder en mijn Koningin.”
Met heel mijn wezen en alwat ik vermag, vertrouw ik mij toe aan U.
Heel mijn bestaan en alwat ik mijn eigen noem, draag ik U op.
Neem Uw bezit, opdat het in Uw handen dienstbaar worden mag tot
meerdere eer en glorie van God.
Van nu af wil ik voor U, door U, met U, in U zijn en blijven, in al mijn
doen en laten en in mijn streven naar de trekken waarmee Uw goddelijk
Moederschap Jezus, Uw beminde Zoon, verheerlijkt heeft.
Lieve Koningin die met de macht van duizend legers werd bekleed,
ik wil mij graag onder Uw vaandel scharen.
Laat mij behoren tot de kleine zielen en U dienen in het Legioen.
Ik ben U toegewijd en zal in woord en levenswandel naar best
vermogen ijveren voor het Rijk waarin ook Gij regeert.
Ik weet dat deze opdracht mij tot volgzaamheid verplicht.
Ik ken de weg die bij dit kindschap past.
In nederigheid en met vertrouwen volg ik de mariale weg die door
een kleine ziel, Theresia van Lisieux, werd voorgegaan.
Dit is de weg die naar de oneindige Liefde leidt en naar de goedheid
van de Vader, die zich barmhartig over onze zwakheid en ellende buigt.

Wie Marguerite is…

Marguerite

Marguerite werd geboren op 21 juni 1914 in een Waals arbeidersgezin. Zij was de jongste van vier kinderen, drie jongens en één meisje. Haar ouders waren zeer eerlijke mensen, maar voor wat het geloof betreft, helemaal niet praktiserend. Zij gaven geen enkel godsdienstonderricht aan hun kinderen. Integendeel, zij verlangden zelfs dat hun dochter vrijgesteld zou worden van het godsdienstonderricht in de Rijksbasisschool, waar zij naar school ging. Op eigen aanvraag werd Marguerite gedoopt op twaalfjarige leeftijd. Dit gebeurde op 17 maart 1927 zonder dat haar ouders of andere gezinsleden er ook maar iets mee te maken hadden. Maar na haar doopsel ontving zij geen enkel godsdienstonderricht meer. Zij zegt zelf:

“Jammer genoeg veranderde er niets in mijn leven, ondanks de ontzaglijke genade die ik ontvangen had. Het belang van die genade wist ik overigens alleen die dag naar waarde te schatten. Ik wist nog steeds niets af van de godsdienst. Ik had geen juist begrip van goed en kwaad, hoewel ik in het diepst van mijn hart het kwaad met alle krachten verafschuwde” (Boekdeel 1, p. 13).

Na de basisschool volgde zij nog twee jaar huishoudschool. Toen ging zij – na een leertijd in een confectiebedrijf – in een kledingwinkel werken te Luik. Zij trouwde op 19-jarige leeftijd met een eerlijke arbeider die net zoals zij, ook niet praktiserend gelovig was. Omwille van hem gaf zij haar werk op. Zij bleven ook bij haar ouders inwonen. Uit hun huwelijk werden drie kinderen geboren, één meisje en twee jongens. Aan het einde van de oorlog 1940 – 1945 werd haar een eerste buitengewone genade geschonken. Omdat haar moeder terminale kanker had en door de geneesheren was opgegeven, besloot Marguerite op bedevaart te gaan naar de kleine kapel van O.L.Vrouw van Chèvremont. Aan Maria, wilde ze om de genezing van haar moeder vragen. Zij dacht hierbij niets te verliezen te hebben, als de Heilige Maagd werkelijk zou bestaan. Onze Lieve Vrouw bewees het haar. Zij schonk haar een grote gunst. Bij haar thuiskomst had haar moeder al een beetje gegeten en zat rechtop. Maandenlang ging Marguerite nog iedere week naar het kapelletje te Chèvremont bij Maria de gezondheid van haar moeder afsmeken. Haar moeder werd niet alleen beter maar genas volledig. Zij bleef daarna steeds goed gezond en stierf jaren later, op 26 augustus 1970, op 93 jarige leeftijd. Ondanks de verhoring van haar gebed en de genezing van haar moeder had Marguerite zich innerlijk nog steeds niet gewonnen gegeven aan de Goddelijke genade.
Op zekere dag in 1946 vroeg Marguerite aan één van haar buurvrouwen haar met Kerstmis mee te nemen naar de middernachtmis. Zij was nog nooit naar de H. Mis geweest. En daar gebeurde het…

“En die nacht viel me een andere gunst te beurt. Ze was van onschatbare waarde. Toen ik het Kind Jezus in zijn kribbe zag, was ik onuitsprekelijk ontroerd. De hele Mis door moest ik wenen. Ik kon mijn tranen niet verbergen. En mijn hart bonsde, bonsde. En het Kind Jezus lachte me toe. O God, wie zou het kunnen beschrijven wat dit ogenblik voor mij betekende? Hij had mij veroverd. Van dan af ging ik trouw elke zondag naar de H. Mis…” (Deel 1, p. 16).

In die tijd voelde Marguerite ook de behoefte om te biechten. Zij ging aanbellen aan de poort van het Karmelietenklooster te Chèvremont. Daar kreeg zij haar eerste geestelijke leidsman toegewezen: E.P. Lambert van St. Paul. Deze hielp haar in haar bekeringsproces en begeleidde haar bij de ontplooiing en prille beleving van haar roeping welke Jezus haar begon te openbaren door buitengewone genadegaven, waaronder verschillende droombeelden. Marguerite getuigt zelf over het begin van haar geestelijk leven als volgt:
“Zekere nacht had ik een zonderlinge droom. Ik zag me zelf helemaal verloren te midden van een ontzaglijke menigte. Toen zag ik een vrouw met een kindje op de arm. Ze ging langzaam en bleef voor iedereen staan. Allen reikten naar het kind. Dit keek hen aan, schudde het hoofd en wendde de blik af … En de vrouw ging almaar verder. Hetzelfde tafereel speelde zich af bij elke stap. Angstig zag ik hen naderbij komen en ik dacht: “Lieve God, als het zich maar niet van mij afwendt …” En wat dan volgde was verrukkelijk. Het kind keek mij aan, glimlachte en stak zijn handjes naar mij uit. Het overstelpte mij met liefkozingen en ik deed hetzelfde, vervuld van liefde en eerbied. Ik gaf het daarna terug aan zijn moeder en daarop verdwenen ze. Deze droom maakte een vreemde en verwarrende indruk op mij. Ik stelde E.P. Lambert ervan in kennis. Hij zei mij, dat het zeker de Heilige Maagd was met haar goddelijke Zoon. Na zoveel jaren heb ik die droom nooit kunnen vergeten. Er volgden trouwens nog verscheidene andere dromen die niet minder stichtelijk waren. Welke genade! Waarom had Hij mij uitverkoren, mij, arm zondaresje? Op dat ogenblik was op dit gebied voor mij nog alles nieuw en ondoorgrondelijk” (Boekdeel 1, pp. 17-18).

De reacties op haar bekering bleven niet uit. Er was heel wat verzet losgekomen in haar omgeving. Haar naastbestaanden konden het niet geloven. Hun spot en hun ontevredenheid deed Marguerite pijn. Maar door Gods Genade gesterkt hield zij stand.

“Maar lieve hemel, wat had ik te kampen met menselijk opzicht, vele moeilijkheden had ik te trotseren vanwege degenen die me eigenlijk hadden moeten helpen en die nu alles in het werk stelden om me terug te storten in het leven, dat ik kost wat kost wou ontvluchten sinds ik Gods roepstem had gehoord. Dat wisten ze echter niet” (Boekdeel 1. p. 19).

Na de dood van haar eerste leidsman, Pater Lambert, in 1961, zocht Marguerite gedurende drie jaar een andere geestelijke leidsman die begreep wat er in haar omging. Zo kwam ze uiteindelijk terecht bij pater Gaston Maes, Redemptorist. Hij was ooggetuige geweest van de verschijningen van Onze Lieve Vrouw te Beauraing en daarna een bekende historicus betreffende deze gebeurtenissen. Ondertussen onderhield Jezus zich door inspraken (woorden die zij ontving in haar hart) met Marguerite. Wegens het belang van wat zij ontving en omdat hij het bovennatuurlijk karakter ervan inzag, vroeg pater Maes aan Marguerite om alles op te schrijven. Hij zag in dat de boodschappen die Marguerite ontving niet alleen voor haar bestemd waren, maar ook voor ieder van ons. Zo begon Marguerite met het schrijven van het “dagboek” van de Barmhartige Liefde. Omdat de boodschappen van Jezus zo diepgaand en heel vaak bestemd zijn voor alle christenen en alle mensen van goede wil, vroeg pater Maes aan de Bisschop van Luik het Imprimatur aan. Mgr. G.M. van Zuylen gaf zijn Imprimatur op 4 maart 1971 voor de Boodschappen tot 8 juni 1970. Voor de latere Boodschappen die tot nu toe in vier boekdelen zijn uitgegeven, werd telkens weer het Imprimatur of het Nihil Obstat van de Bisschop verkregen. Er mogen ook geen nieuwe Boodschappen (van 1996 en later) gedrukt of uitgegeven worden voordat zij eerst het Imprimatur of Nihil Obstat verkregen hebben.

Marguerite, boodschapster van de Barmhartige Liefde en stichteres van het Legioen Kleine Zielen, overleed te Luik op 14 maart 2005.

Lees hier verder: Hetlegioenkleinezielen.wordpress.com/marguerite/


 

De Kerk leeft van de Eucharistie

Gegroet o kruis, onze enige hoop

Uit het contactblad van Kleine Zielen regio Vlaams-Brabant; woord van proost P.Daniel Artmeyer, SJM.

Beste kleine zielen,

ik schrijf dit artikel op sacramentszondag. Eén van de mooiste feesten van het kerkelijk jaar. In het Frans heet het kort en bondig la Fête-Dieu. Helaas is in de laatste decennia veel van de plechtigheid en de bijzondere charme van dit feest verloren gegaan. Deze neergang gaat gepaard met het verdwijnen van het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in dit sacrament. De maand juli is in het bijzonder aan het kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus en daarmee ook aan het Allerheiligste Sacrament des altaars toegewijd. Twee redenen om hier enkele gedachten over dit verheven mysterie neer te schrijven.

De volgende overwegingen zijn genomen uit een preek van oud-Aartsbisschop Georg Eder van Salzburg, Oostenrijk, ter gelegenheid van de publicatie van de encycliek Ecclesia de Eucharistia van Paus Johannes Paulus II…

View original post 639 woorden meer